Spreker: Toja Paas Onderwerp: De berg op en het dal in Uitgangtekst: Lucas 9:28-36 Datum: 01-02-2026 Infotheek nr: 4557 Presentatie (PPT): • Mattheus 17: 1-9 • Marcus 9: 2-10 • Lucas 9: 28-36 Marcus 9: 2a Na zes dagen neemt Jezus Petrus en Jacobus en Johannes met zich mee en brengt hen apart op een hoge berg alleen hen. Lucas 9: 28 Hij klom de berg met hen op (de drie) Om te kunnen bidden. Marcus 9: 2b En Hij wordt voor hun ogen van gedaante veranderd. En zijn kleren worden blinkend, zeer wit, als sneeuw zo wit, als geen wol bewerker op aarde ze kan maken. Lucas 9: 29 En het gebeurd terwijl Hij bidt, Dat de aanblik van Zijn gezicht veranderd wordt En zijn kleding blinkend wit wordt. Mattheus 17: 2 En Hij word voor hun ogen van gedaante veranderd, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren worden wit als het licht. Exodus 34: 29 En het gebeurde, toen Mozes van de berg Sinaï afdaalde — de twee tafelen van de getuigenis waren in Mozes’ hand, toen hij van de berg afdaalde — dat Mozes niet wist dat de huid van zijn gezicht glansde, omdat de HEERE met hem gesproken had.” Marc 9: 4 En aan hen verschenen Elia en Mozes En zij spreken met Jezus Lucas 9: 30-31 En zie, twee mannen spreken met Hem. Het zijn Mozes en Elia. Zij verschijnen in heerlijkheid en spreken over zijn heengaan, dat Hij zou volbrengen in Jeruzalem Lucas 9: 32 Petrus en zij die bij hem waren, waren bevangen door slaap. Marcus 9: 5 Petrus antwoordt en zegt tegen Jezus: “Rabbi, het is goed dat wij hier zijn, laten wij drie tenten maken voor U een en voor Mozes een en voor Elia een. Hij wist namelijk niet wat hij zei want ze waren zeer bevreesd. Marcus 9: 7 En er komt een wolk die hen overschaduwt En uit de wolk komt een stem die zegt: “Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem.” Marcus 9: 8 En dan plotseling terwijl ze om zich heen kijken Is er niemand meer dan alleen Jezus. Marcus 9: 9 En dan als ze de berg afdalen Gebied hij hun dat zij niemand vertellen wat zij gezien hebben voordat de zoon des mensen uit de doden opstaat. Marcus 9: 17 En iemand uit de menigte antwoordt hem: “Meester, ik heb mijn zoon bij u gebracht die een geest heeft die maakt dat hij niet kan spreken, Ik heb tegen uw discipelen gezegd dat zij hem moesten uitdrijven maar zij konden het niet.” Marcus 9: 18 En als die geest heem aangrijpt • Werpt hem tegen de grond • En het schuim staat op zijn mond • En hij knarst met zijn tanden • En verstijft • Werpt hem tegen de grond op de aarde geworpen • En het schuim staat op zijn mond – boosheid, verdriet, niet kunnen spreken herover het komt niet over je lippen • En hij knarst met zijn tanden – geen woorden, knarsen, is angst is stress • En verstijft – geen beweging meer Marcus 9: 19 Oh ongelovig geslacht hoe lang moet ik nog in jullie midden zijn Hoe lang kan ik jullie nog verdragen. Breng hem bij mij 21, Hoe lang is het al dat dit hem overkomt En Hij zei: “van jongs af aan. Hoe lang is het al dat dit hem overkomt En Hij zei: “van jongs af aan. Rabbi, als u iets kunt, wees dan met ontferming bewogen over ons en help ons. Marcus 9: 23-24 Hij zegt tegen hem: “Als u kunt geloven (dus niet de zoon) Alle dingen zijn mogelijk voor wie geloofd.” En meteen roept de vader van het kind Onder tranen! Ik geloof Heer kom mijn ongeloof te hulp. Marcus 9: 25 Hij bestraft de onreine geest En zegt tegen hem: “Geest die maakt dat men niet kan spreken en die doof maakt Ik beveel ga uit van hem en kom niet meer in hem terug. Mattheus 17: 18 En de demon ging van hem uit En het kind was genezen vanaf dat moment. Marcus 9: 28 En als zij in huis zijn en zij alleen zijn, Vragen zij Hem: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven’” Mattheus 17: 20 Vanwege uw ongeloof Marcus 9: 28 Hij zegt tegen hen: “Dit soort kan nergens anders door uitgaan dan door bidden en vasten.”