Spreker: Toon van den Hoorn Onderwerp: Storm Uitgangtekst: Marcus 4:35-41 Datum: 30-08-2026 Infotheek nr: 4587 Presentatie (PPT): Marcus: 4:35-41: En Hij zegt tot hen op die dag, als het avond wordt: laten wij oversteken naar de overkant. En ze laten de menigte achter en nemen Hem mee, zoals Hij is, in het schip. En er zijn ook andere scheepjes met Hem. En er ontstaat een grote storm van grote wind. En de golven werpen zich naar het schip, zodat het reeds gevuld wordt. En Hij is in het achterschip op het hoofdkussen aan het slapen. En zij wekken Hem, en zij zeggen tot Hem: Meester, gaat het U niet ter harte, dat wij vergaan? En Hij, wakker geworden, bestraft de wind en Hij zegt tot de zee: zwijg, wees stil. En de wind bedaart en er ontstaat een grote stilte. En Hij zegt tot hen: waarom zijn jullie zo angstig? Hebben jullie nog geen geloof? En zij worden angstig met grote angst en zeggen tegen elkaar: wie is toch deze, dat zowel de wind als de zee Hem gehoorzamen? En er ontstaat een grote storm van grote wind. En de golven werpen zich naar het schip, zodat het reeds gevuld wordt. En Hij is in het achterschip op het hoofdkussen aan het slapen. En zij wekken Hem, en zij zeggen tot Hem: Meester, gaat het U niet ter harte, dat wij vergaan? Psalm 3:6: ik ga liggen, val in slaap, wordt wakker: de Heer beschermt mij. Psalm 107:6+7: Zij roepen in hun benauwdheid tot de Heer Hij voert hen omhoog uit hun verdrukkingen Hij leidt hen op een rechte weg. de weg naar een stad van woning (= waar je veilig kunt wonen). Psalm 107:28-30: Ze roepen in hun benauwdheid tot de Heer. Hij voert hen omhoog uit hun verdrukkingen. Hij brengt de storm tot zwijgen. De golven gaan liggen. Het verheugt hen, dat zij rustig worden. Hij leidt hen naar de haven van hun verlangen.