Spreker: Toja Paas Onderwerp: Het verhaal van Ruth (1) Uitgangtekst: Deut. 24:19, Lev, 23:22 Datum: 27-09-2026 Infotheek nr: 4591 Presentatie (PPT): Want waarheen jij gaat, zal ik gaan. En waar jij vernacht, zal ik vernachten Jouw gemeente is mijn gemeente. En jouw God is mijn God Deut 24: 19 Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdeling, de weduwen en wezen. De Heer u God zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt. Lev 23:22 Als jullie de oogst van het land binnenhalen, mogen jullie de rand van het veld niet helemaal afmaaien. En wat op de akker is blijven liggen, mogen jullie niet oprapen.” Laat mij toch naar de akker gaan en aren rapen, achter hem in wiens ogen ik genade zal vinden. En mijn schoonmoeder antwoordt: “Ga mijn dochter.” Ik zeg: “Naomi, ik zoek een akker waar ik genade vind in de ogen van de eigenaar.” “Laat mij toch aren rapen En verzamelen tussen de schoven achter de maaiers aan.” Boaz: ▪ In hem is kracht ▪ In hem is een scherpe geest ! Hij zegt: De Heere zij met u.” De maaiers zeggen” “De Heer zegene u.” Boaz vraagt aan zijn voorman: “Van wie is die jonge vrouw.” De voorman zegt: “Dat is de Moabitische jonge vrouw, die met Naomi teruggekeerd is uit het land Moab. Ze heeft mij gevraagd of ze op ons veld mag aren rapen en verzamelen, tussen de schoven achter de maaiers En vanaf de vroege ochtend. Is zij trouw geweest Ze heeft zich geen rust gegund.” “Luister goed mijn dochter. Ga niet heen om op te lezen in een ander veld en ook moet je niet oversteken hiervandaan. Klamp je vast aan mijn meisjes. Uw ogen moeten op de akker gericht zijn die zij dan aan het maaien zijn. En u moet achter hen aangaan. Ik heb de knechten geboden dat zij u niet aanraken Als u dorst hebt mag u naar de watervaten gaan en drinken Van wat de knechten zullen scheppen.” om heb ik genade gevonden ogen, dat u mij erkent terwijl ik uitheemse ben.” Het is mij vertelt, alles wat u na de dood van uw man voor uw schoonmoeder gedaan hebt. Hoe u uw vader en moeder verlaten hebt en naar een volk gegaan bent, dat u voorheen niet kent. Moge de Heer uw daad vergelden en moge uw loon volkomen zijn ban Heer de God van Israël, onder wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen ” Laat mij genade vinden in uw ogen Mijn heer, want u hebt mij getroost, en u hebt naar het hart van uw dienares gesproken Hoewel ik niet ben als een van uw dienaressen.” “Waar heb jij gewerkt en aren geraapt?” Ik zeg: “Bij Boaz.” Zij zegt: “Moge hij die zijn goedertierenheid niet onthouden heeft aan de levenden en aan de doden gezegend worden door de Heer.” Ze vertelt: “Deze man is nauw aan ons verwant. Hij is een van de lossers.” “Het is goed mijn dochter dat je met de meisjes die voor hem werken meegaat zodat je niet lastig gevallen wordt op een andere akker.” “Mijn dochter zou ik geen plaats van rust voor je zoeken waar het je goed zal gaan. Boaz is een bloedverwant. Hij kan ons lossen.